Stress onder studenten

Stress onder studenten



Deze week verscheen een artikel waarin werd beschreven dat er tijdens de KEI-week (introductieweek) voor de eerstejaars en doorstroomstudenten in Groningen extra aandacht wordt geschonken aan stress onder studenten. De Rijksuniversiteit Groningen zet zes psychologen in en de studenten kunnen ook cursussen volgen waarin ze leren met faalangst of studiestress om te gaan. De Hanzehogeschool heeft vanaf aankomend studiejaar voor het eerst drie psychologen beschikbaar voor de studenten.

Uit onderzoek van de Hogeschool Windesheim blijkt dat 68,9 % van de studenten stress ervaart. Met name de prestatiedruk zorgt voor het ontstaan van deze stress. Van de studenten met veel stressklachten overweegt 40% te stoppen met de opleiding en komt er twee keer  zo veel studievertraging voor. Reden genoeg om hier extra aandacht aan te schenken.

Het netwerk Studentenwelzijn heeft een actieplan opgesteld en wil graag met de overheid en alle betrokken partijen komen tot een Partnership Studentenwelzijn waarin concrete stappen kunnen worden gezet. Het actieplan omvat vijf pijlers:

  1. Het creëren van awareness (bewustzijn);
  2. Zorgen voor binding en een veilig studieklimaat;
  3. Preventie en vroege herkenning van problematiek;
  4. Aandacht voor professionalisering van docenten en studiebegeleiders;
  5. Het zorgen voor een voldoende hulpaanbod.

Naast de goede initiatieven uit dit actieplan en de inzet van psychologen en cursussen zouden universiteiten en hogescholen ook naar het eigen lesprogramma kunnen kijken. Door het eigen lesprogramma eens goed tegen het licht houden en kleine aanpassingen te verrichten zou er wellicht meer cognitief zelfvertrouwen – de controle over het goed kunnen uitvoeren van de taak – bij de studenten gecreëerd kunnen worden.

Door het leerproces op te delen, uitdagende leertaken/opdrachten te formuleren en positieve feedback te geven kan dit zelfvertrouwen vergroot worden. Door de lesstof op te delen in meerdere, kleinere eenheden blijft het overzichtelijk voor de studenten. Ze zijn bijvoorbeeld beter in staat de verbanden te zien. Verder kan het zinvol zijn om de kennis tussentijds formatief te toetsen waarbij de studenten niet worden afgerekend, maar feedback ontvangen zodat ze meer inzicht krijgen wat ze al wel beheersen en welke delen nog aandacht behoeven. Door reële, levensechte opdrachten en taken te formuleren zijn de studenten beter in staat om de koppeling tussen de behandelde theorie en de praktijk te leggen waardoor de kans groter is dat ze “aangehaakt” blijven.

Kortom, een kleine verandering in de eigen structuur leidt ook tot meer gewenste resultaten en positieve gevolgen. Naast de genoemde extra inzet van psychologen en cursussen kunnen we vol zelfvertrouwen het nieuwe studiejaar ingaan, voorafgegaan door een gezellige en zinvolle introductie.