Motiverend opvoeden

Motiverend opvoeden



Tijdens een uitzending van RTL Late Night (vanaf 2:47) vertelde zanger Tino Martin dat hij zich op zevenjarige leeftijd niet kon concentreren op school. Na schooltijd vier uur oefenen voor de spiegel en zich voorstellen dat hij een vol Ahoy stond toe te zingen was geen probleem. Waarom? Omdat hij dan deed wat hem plezier en voldoening gaf.

In hoeverre laten wij onze kinderen datgene doen waar zij plezier en voldoening uit halen?

In de tijd dat Tino Martin zijn kwaliteiten op het gebeid van zang en optreden begon te ontwikkelen was hij halverwege de basisschool. Precies in deze periode manifesteert zich een nieuwe nadruk op cijfers en competitie. De vroege nadruk op prestaties van kinderen is gedurende de tweede helft van de basisschool lastig te veranderen. Terwijl scholen en gezinnen deze uitdagingen doorlopen kunnen problematische interactiepatronen ontstaan en kunnen voorlopers van serieuzere problemen naar voren komen. Behendig opvoeden dat ondersteuning biedt aan en inspeelt op de behoeften van kinderen is daarom van cruciaal belang voor een gezond functionerend kind en gezin. Gelukkig zijn er steeds meer scholen, ouders en organisaties die zich niet zozeer richten op de prestaties, maar juist vanuit een leergerichte aanpak focussen op de leerprocessen van kinderen.

Wanneer ouders en school erop uit zijn elkaar wederzijds te ondersteunen en waarbij ze proberen hun bijdragen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, met als doel het leren, de motivatie en de ontwikkeling van kinderen te bevorderen ontstaat een zogenaamd onderwijskundig partnerschap. In het licht van de motivatie, het leren en de ontwikkeling van kinderen is de zelfdeterminatietheorie een welkome bron. De zelfdeterminatietheorie is een theorie over motivatie die drie psychologische basisbehoeften schetst, namelijk een gevoel van verbondenheid, competentie en autonomie. Literatuur wijst uit dat drie aspecten deze behoeften ondersteunen, respectievelijk autonomie-ondersteuning, structuur en betrokkenheid.

Autonomie-ondersteuning door ouders houdt in dat zij perspectieven van hun kinderen innemen, hun initiatieven steunen, empathie tonen, keuzemogelijkheden bieden, een open discussie mogelijk maken en gezamenlijke beslissingen nemen. Autonomie-ondersteuning houdt verband met hogere niveaus van schoolmotivatie en -prestaties van kinderen, lagere niveaus van depressie en meer intrinsieke levensdoelen.

Daarnaast biedt structuur een raamwerk van richtlijnen en consequenties die kinderen helpen om te anticiperen op resultaten en gedrag te plannen. Het omvat het bieden van duidelijke en consistente regels en verwachtingen, voorspelbare consequenties, motivering waarom regels belangrijk zijn en ouders die optreden als gezagsdragers. Structuur hangt samen met een groter gevoel van controle van kinderen en met minder externaliserende problemen.

Betrokkenheid verwijst naar de toewijding van ouders in de vorm van tijd, aandacht, energie, tastbare hulpbronnen en emotionele beschikbaarheid. Betrokkenheid is daarnaast gerelateerd aan een hogere motivatie en het emotionele functioneren van kinderen.

Vanuit het idee van de zelfdeterminatietheorie kun je stellen dat wanneer ouders autonomie-ondersteuning, structuur en betrokkenheid bieden hun kinderen het meest intrinsiek gemotiveerd zijn om eigen interesses na te streven en uitdagingen te zoeken. Een schat aan bewijsmateriaal toont aan dat ouderschap dat in grote mate voldoet aan deze drie aspecten een beter emotioneel, gedragsmatig en academisch functioneren bij kinderen bevordert. Kortom, dan kunnen onze kinderen, net als Tino Martin, echt worden wat ze zelf willen.

Meer weten over hoe je meer autonomie-ondersteuning, structuur en betrokkenheid kunt bieden? Neem dan contact met ons op.