Meer schoolbinding = minder spijbelen

Meer schoolbinding = minder spijbelen



Gisteren werd menig lezer door een bijdrage van Pedro de Bruyckere weer even terug naar zijn of haar middelbareschooltijd geslingerd. Hij verwees op zijn blog naar ‘Spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten bestrijden? Het belang van schoolbinding’. In deze bijdrage van Kris Van den Branden (hoogleraar taalkunde en lerarenopleider aan de KU Leuven) wordt in het kort de inhoud van een publicatie van Keppens en Spruyt (2017) weergegeven.

Schoolbinding, uitgelegd als de manier waarop de leerling zich emotioneel verbonden voelt met de school, wordt genoemd als cruciale factor bij spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten. Samenvattend kan gezegd worden dat sancties geen duurzaam karakter hebben. Een eerste sanctie heeft nog effect, maar bij een volgende sanctie lijkt het spijbelen zelfs toe te nemen. Inzetten op het versterken van de interpersoonlijke relaties tussen de leerling en schoolgebonden actoren blijkt effectiever. Door de kwaliteit van de interactie tussen de leerlingen en leerkrachten te verbeteren worden achterliggende oorzaken van het spijbelen zeer waarschijnlijk sneller zichtbaar. Bij deze interactie kan gedacht worden aan zelf nieuwsgierig zijn, interesse in de achtergrond van de leerlingen en aandacht en erkenning voor weerstand van de leerlingen. Daarnaast is een duidelijke structuur, het managen van verwachtingen en discipline, van essentieel belang is.

Literatuur onderstreept ons idee dat een vertrouwensrelatie gecombineerd met het motiveren van leerlingen tot succesvolle gedragsuitkomsten leidt. Zo blijkt ook hier maar weer dat de psychologische basisbehoefte relatie, ook wel verbondenheid, essentieel is voor het welbevinden van leerlingen. Van den Branden sluit zijn blog dan ook treffend af: ‘Leren is verbinden, en onderwijzen is verbinden: daar gaat geen weg naast.’