Kansenongelijkheid vraagt om een ongelijke aanpak

Kansenongelijkheid vraagt om een ongelijke aanpak



Deze week verscheen in Trouw een artikel over kansenongelijkheid in het onderwijs. Het blijkt dat opleidingsniveau en de achtergrond van ouders nog steeds in sterke mate het onderwijssucces bepalen.

Een voorbeeld. Een ouder die laaggeletterd is, zal minder snel geneigd zijn een boek te pakken, zijn kind op schoot te nemen en voor te lezen. Als we weten dat een taalrijke omgeving van cruciaal belang is voor de spraak-/taalontwikkeling van (jonge) kinderen is het niet raar dat een peuter die zelden voorgelezen is, met een taalachterstand instroomt in de kleutergroep.

Leraren in het basisonderwijs, en docenten in vervolgopleidingen, krijgen dus te maken met grote verschillen tussen leerlingen.

Die verschillen zijn echter niet altijd zichtbaar. Zo heeft een leerling van ouders die in de schuldsanering zitten thuis mogelijk geen ontspannen werkplek én middelen voor het maken van zijn huiswerk.

Hoe krijg je zicht op deze verschillen? En wat kan jij doen om de kansenongelijkheid te verkleinen?

Stap 1
Verdiep je in de kenmerken van jouw leerlingen.
Reflectievraag: Wat weet jij allemaal over de leerlingen die in jouw les zitten?
Voorbeeld

Door je te verdiepen in de kenmerken voelt een leerling zich gezien. Dit heeft een positief effect op de basisbehoefte relatie. Daarnaast helpt het jou om, op basis van hoge verwachtingen, een passende uitdaging voor de leerling te formuleren.

Stap 2
Formuleer een passende uitdaging.
Reflectievraag: Met welke kenmerken kan en wil je rekening houden?

‘Wesley is opgegroeid in een taalarm gezin. Ik laat hem twee hoofdstukken kiezen waar hij zijn verslag over maakt. Hij hoeft van mij niet het hele boek te lezen.’   

Als de leerling succeservaringen kan opdoen, vergroot het zijn geloof in eigen kunnen. Je komt hiermee tegemoet aan de basisbehoefte competentie.

Stap 3
Bied gevarieerde keuzes
Reflectievraag: Welke ruimte krijgen jouw leerlingen?

‘Ik weet van verschillende leerlingen dat het heel druk is bij hen thuis. Zij mogen daarom ook na schooltijd hier blijven om hun huiswerk te maken. Er is dan ook begeleiding beschikbaar waar ze gebruik van mogen maken.’

Door ruimte te creëren, ervaren leerlingen autonomie.

 

Tot slot
Als we willen dat iedere leerling een gelijke kans verdient om zich optimaal te ontwikkelen, is een ongelijke aanpak misschien wel de eerlijkste aanpak.