Over motivatie

Over motivatie

Wil jij ook de omstandigheden creëren, zodat leerlingen en collega’s zichzelf (leren) motiveren?

Heb je wel eens zo’n moment in de klas gehad dat een leerling zuchtend vroeg: “Waarom moeten we dit eigenlijk leren?” Of dat je juist collega’s hoort zuchten over een vergadering of studiedag?

Eerlijk is eerlijk, op zulke momenten kan het lastig zijn om je eigen enthousiasme te bewaren en gemotiveerd les te geven of samen te werken.

Stel je nu eens het tegenovergestelde voor: een klas vol leerlingen die nieuwsgierig zijn, vragen stellen en met energie aan de slag gaan. En een team waarin het goed zit met jouw welzijn en dat van je collega’s en dat jullie prettig kunnen samenwerken én goede resultaten kunnen halen. Klinkt goed, toch?

De motivatie van leerlingen en collega’s is niet iets waar je omheen kan; het is de sleutel tot succes én welbevinden in jouw school. Gemotiveerde leerlingen en collega’s doen actief mee, zijn niet bang om fouten te maken en groeien van de uitdagingen die je ze biedt.

Om hier werk van te kunnen maken richten we ons op de drijvende kracht achter deze processen: motivatie.

Zelfdeterminatietheorie

Onze inspiratiebron is de wereldwijd leidende motivatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan, de zelfdeterminatietheorie (ZDT). Een sterk wetenschappelijk onderbouwde motivatietheorie waarvan de relevantie voor het onderwijs al veelvuldig is aangetoond. De ZDT biedt een bruikbaar kader voor de praktijk, omdat het inzicht geeft in hoe factoren in de omgeving, zoals het schoolklimaat en de aanpak van de docent of de leidinggevende, ondersteunend of belemmerend kunnen werken voor de motivatie van leerlingen en/of medewerkers.

Hoe gemotiveerd iemand is hangt samen met hoe iemand denkt, zich voelt en gedraagt in de school. We noemen deze samenhang tussen omgeving, psychologische basisbehoeften, motivatie en effecten ook wel de ‘ketting van motivatie’.

Ketting van motivatie geïnspireerd door de zelfdeterminatietheorie

 

De ketting van motivatie laat zien dat een motiverende les- en/of leidinggeefstijl bijdraagt aan de bevrediging van de psychologische basisbehoeften Autonomie, verBondenheid en Competentie bij de leerlingen en/of medewerkers.

Hoe meer men een gevoel van keuze ervaart, goede relaties met medeleerlingen en/of collega’s kunnen opbouwen en zich kunnen ontplooien in de school, hoe meer ze met interesse en volle overtuiging naar de les of hun werk komen.

Motivatie: van moeten naar willen in de school

De ZDT onderscheidt verschillende typen motivatie. Zoals blijkt uit onderstaand figuur voelen sommige typen motivatie eerder aan als een verplichting en andere meer als een vrije keuze. Zo wordt gecontroleerde motivatie of ‘moetivatie’ onderscheiden van autonome motivatie. Autonome motivatie heeft een hogere kwaliteit omdat deze duurzaam positieve effecten heeft op het leerproces en welbevinden.

Motivatiecontinuüm volgens de zelfdeterminatietheorie (Ryan & Deci, 2000; Vansteenkiste & Soenens, 2015)

 

Enerzijds helpt het om te analyseren hoe de context van les- en leidinggeven inspeelt op de motivatie, en hoe deze vervolgens tot bepaalde effecten leidt. Anderzijds is het bruikbaar om te onderzoeken wat tot een (meer) autonome motivatie kan leiden.

Effecten: waarom de kwaliteit van motivatie ertoe doet

De kwaliteit van motivatie maakt fundamenteel verschil uit voor het functioneren van leerlingen en medewerkers in de school én daarbuiten.

Als ze naar school komen omdat ze dat willen, zijn ze meer betrokken en behalen betere (school)resultaten. Deze leerlingen en medewerkers kunnen zich gemakkelijker opladen om door te bijten wanneer het (school)werk moeilijker wordt, zijn minder vaak afwezig en hebben een kleinere kans op schooluitval of ziekte.

Autonome motivatie biedt niet alleen voordelen voor de betrokkenheid en de (school)prestaties. Zij die autonoom gemotiveerd zijn zitten ook beter in hun vel. Ze hebben een positiever beeld van zichzelf, hebben minder te kampen met gevoelens van angst en depressie en zijn in het algemeen meer tevreden met hun leven.

Een omgekeerd patroon zien we bij leerlingen en medewerkers die hun (school)werk ervaren als een karwei dat moet gebeuren of weinig gemotiveerd zijn voor (school)werk. Deze leerlingen en medewerkers laten minder betrokkenheid zien, vertonen tekenen van verveling en gaan in verzet tegen de docent of hun leidinggevende. Bovendien leren ze oppervlakkig en behalen ze doorgaans minder goede resultaten. Daarnaast geven ze ook sneller op, waardoor ze een grotere kans op (school)moeheid en (school)uitval hebben.

ABC als motor voor motivatie en groei

Al decennialang blijkt uit veelvuldig (herhaald) wetenschappelijk onderzoek dat het tegemoetkomen aan deze basisbehoeften een duurzaam effect heeft op de motivatie, vitaliteit en ontwikkeling.

Zo blijken autonoom gemotiveerde leerlingen:

  • de leerstof grondiger te verwerken
  • meer behulpzaam te zijn in de klas
  • sneller vooruitgang te boeken
  • een kleinere kans op schooluitval te hebben
  • beter in hun vel te zitten

Autonoom gemotiveerde docenten gaan op een meer veerkrachtige wijze om met stress, wat hen beschermt tegen een burn-out. Ze zijn meer tevreden over hun werk en halen er energie uit. Ze werken gemakkelijk samen en zijn bereid tot een extra inspanning als dat nodig is.

Motiverende docenten en leidinggevenden kunnen autonome motivatie aanwakkeren door consequent in te zetten op de drie psychologische basisbehoeften; AutonomieverBondenheid en Competentie, of kortweg het ABC. Deze behoeftes zijn op ons allen van toepassing en staan centraal binnen de zelfdeterminatietheorie.

Autonomie: Ervaren dat je keuze en vrijheid hebt.

verBondenheid: Ervaren dat je gezien en gewaardeerd wordt.

Competentie: Ervaren dat (moeilijke) dingen lukken.

Omgeving: les- en leidinggeven vanuit een ABC-mindset

Als motiverende docent of leidinggevende streef je ernaar om anderen te allen tijde in staat te stellen zichzelf te zijn (Autonomie), authentieke relaties met anderen op te bouwen (verBondenheid) en zichzelf te ontplooien (Competentie). Als aan deze behoeften voldaan is, ontstaat autonome motivatie. Motiverend les- en leidinggeven is met andere woorden les- en leidinggeven met een ABC-mindset; het is les- en leidinggeven dat gericht is op het actief ondersteunen van de ABC-behoeften van je leerlingen medewerkers.

Wanneer tegemoet wordt gekomen aan deze psychologische behoeftes ervaart men meer energie, verantwoordelijkheid en betrokkenheid en neemt men sneller initiatief. Om als docent of leidinggevende hieraan tegemoetkomen vraagt dat om een zogenoemde ABC-mindset.

De manier van lesgeven, leidinggeven en onderwijsontwerp wordt sterk beïnvloed door de mate waarin het ABC wordt ervaren. Docenten en leidinggevenden met een ABC-mindset hebben directe invloed in de context van de dagelijkse onderwijspraktijk.

Deze ABC-mindset helpt docenten en leidinggevende in de dagelijkse praktijk om stil te staan bij wat het betekent om maximaal tegemoet te komen aan het ABC van leerlingen en collega’s. Daarnaast biedt een ABC-mindset handvatten om zelf op zoek te gaan naar wat het eigen ABC versterkt en zodoende de kwaliteit van de eigen motivatie bevordert.

Autonomie-ondersteuning, Relationele steun en Structuur

Zo zullen leerlingen en collega’s een gevoel van vrijheid en keuze ervaren als je een autonomie-ondersteunende aanpak hanteert, terwijl ze zich in een keurslijf geduwd voelen als je je dwingend en controlerend opstelt. Een controlerende aanpak gaat niet zozeer over het uitblijven autonomie-ondersteuning, maar over datgene dat de behoefte aan autonomie actief ondermijnt.

Door het bieden van relationele steun voelen leerlingen en collega’s zich geborgen en veilig in de school, terwijl afwijzing gevoelens van afstand, kilte en zelfs uitsluiting teweegbrengt.

Ten slotte, dankzij het brengen van structuur en houvast kunnen leerlingen en collega’s zich verder ontwikkelen, terwijl chaos leidt tot onduidelijkheid en een haperende progressie. Een chaotische aanpak kenmerkt zich dan ook door het actief ondermijnen van iemands behoefte aan competentie.

Recent onderzoek van Aelterman en collega’s (2019) laat zien hoe de variëteit aan behoefteondersteunend en behoefteondermijnend gedrag zich ten opzichte van elkaar verhoudt. Dit gedrag kan geordend worden volgens een cirkelvormige structuur, bestaande uit twee assen.

  • De horizontale as maakt een onderscheid in de mate waarin de behoeften aan autonomie en competentie worden ondersteund (autonomie-ondersteuning en structuur), dan wel ondermijnd (controle en chaos).
  • De verticale as maakt een onderscheid in de mate van directiviteit (structuur en controle). De docent of leidinggevende neemt de regie en bepaalt wat er gebeurt. Bij lage directiviteit (autonomie-ondersteuning en chaos) geeft de docent of leidinggevende ruimte aan de leerlingen of medewerkers om te bepalen wat er gebeurt.  Hoewel de ABC-behoeften universeel zijn en iedereen wel vaart bij de vervulling ervan, is er geen ‘one size fits all’-aanpak die voor iedereen werkt. De wijze waarop de behoeften van mensen optimaal worden ingevuld kan namelijk verschillen van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Je doet er dus goed aan op zoek te gaan naar een aanpak die het best aansluit bij wat leerlingen of medewerkers nodig hebben, rekening houdend met hun persoonlijke kenmerken en de specifieke omstandigheden. Dankzij een basishouding van nieuwsgierige interesse, zorgzaamheid en procesgerichte focus (ABC-mindset) leer je beter inschatten wat er bij de ander leeft.

Motiveren kan je leren!

Oefening baart kunst. Omdat je gedrag veranderbaar en te ontwikkelen is, kan je aanpak zich gedurende de tijd ontwikkelen. Als docent of leidinggevende kun je leren om je een meer behoefteondersteunende aanpak aan te meten. Dat wordt niet alleen gewaardeerd door de docenten en leidinggevende zelf. Ook degenen met wie zij werken (leerlingen en collega’s) profiteren hier direct van.

  • Wil jij ook een ABC-mindset ontwikkelen en werk maken van autonome motivatie?
  • Wil je de omstandigheden creëren voor een optimaal leer-werkklimaat?
  • Wil je zorgen dat de mensen met wie je werkt (leerlingen en collega’s) zich prettiger voelen en beter presteren?

De ketting van motivatie biedt een bruikbaar handvat om je dagelijkse onderwijspraktijk beter te begrijpen. Door in te zoomen op de ABC-behoeften van leerlingen en collega’s kun je beter de vinger leggen op waarom een bepaalde aanpak wel of niet aanslaat bij leerlingen of collega’s. Daarnaast kan het richting geven om in elk onderdeel van je school op zoek te gaan naar gedrag dat tot (meer) autonome motivatie bij leerlingen en collega’s zal leiden. Met andere woorden, de ketting van motivatie helpt je om te analyseren wat jouw aanpak al dan niet tot een succes maakte én om te onderzoeken wat in jouw context hefbomen zijn om je werk (nog) motiverender te maken.

Wil je weten hoe wij deze kennis vertaald hebben naar onze dienstverlening? Kijk dan bij onze expertise en/of onze aanbod om te kijken bij welke hulpvraag wij jou kunnen ondersteunen.