Vijf dingen die ik wou dat ik wist toen ik begon met lesgeven!

Vijf dingen die ik wou dat ik wist toen ik begon met lesgeven!



Hendrick & Macpherson (2017) beschrijven in: “What Does this Look Like in the Classroom?: Bridging the Gap Between Research and Practice” met deze 5 punten heel duidelijk wat belangrijk is bij goed lesgeven. Voor startende docenten, maar eigenlijk voor iedere docent, zijn het vijf belangrijke aandachtspunten. Deze punten geven handvatten waarbij we het eigen gedrag in de klas weer even onder de loep nemen. Het gaat tenslotte om het leerresultaat van onze leerlingen en studenten te vergroten en het rendement van al je inspanningen te verhogen.

  1. Motivation doesn’t always lead to achievement, but achievement often leads to motivation.

Motivatie hangt nauw samen met de psychologische basisbehoeften relatie, competentie en autonomie. Een duidelijke instructie te geven (moeilijke dingen moet je uitleggen!), de begeleiding aanpassen aan de student (scaffolding) en de student te waarderen om de vooruitgang is een effectievere manier dan de student alleen maar gemotiveerd te maken voor een opdracht middels filmpjes of voorbeelden.

  1. Just because they’re engaged doesn’t mean they’re learning anything.

Als studenten enthousiast en geëngageerd zijn wil dat nog niet zeggen dat ze daadwerkelijk iets leren. Graham Nuthall (2007) beschreef dit al: “Our research shows that students can be busiest and most involved with material they already know. In most of the classrooms we have studied, each student already knows about 40-50% of what the teacher is teaching.” Het blijft belangrijk om de voorkennis van de studenten te meten en ze daarna uit de comfortzone te halen zodat er daadwerkelijk wordt geleerd. Het zal daarbij veelal gaan om maatwerk waarbij meerdere keuzes voor studenten een oplossing kunnen bieden. Niet iedere student heeft immers dezelfde voorkennis. Door ze een keuze te geven in verschillende opdrachten kun je dit vorm geven.

  1. Marking and feedback are not the same thing.

Door aan te geven wat er onjuist weet een student wat er onjuist is maar dit houdt niet automatisch in dat hierna de student de opdracht wel kan maken. Feedback vraagt om meer dan het alleen markeren van de fout. Natuurlijk is de student aan zet maar veelal is er wel hulp bij nodig in de vorm van een aanwijzing of een verwijzing naar de theorie. Feedback op het proces, de aanpak die de student heeft gehanteerd, is efficiënter voor het leren.

  1. Feedback should be more work for the recipient than the donor.

Zoals gezegd bij feedback is de student aan zet. Dat houdt ook in dat het zweet op het juiste voorhoofd moet staan. De gegeven feedback zal de student aan het werk moeten zetten waarbij deze aantoont het concept nu wel te begrijpen. Beperk je feedback tot het hoogstnoodzakelijke waarmee de student verder kan. Vaak zijn een paar vragen al voldoende om de student weer op het juiste spoor te krijgen. Docenten hebben nogal eens de neiging om het werk uit handen te nemen van de student, wees waakzaam!

  1. The steps needed to achieve a skill may look very different to the final skill itself.

Het aanleren van een vaardigheid bestaat veelal uit een stappenplan waarbij de verschillende stappen leiden tot het eindresultaat. De verschillende stappen zijn daarbij noodzakelijk om tot het juiste eindresultaat te komen. De vaardigheid voordoen, het nut van de verschillende stappen toelichten, een stappenplan (laten) maken en veel oefenen leidt uiteindelijk tot inslijpen van de vaardigheid. Altijd kritisch blijven nadenken door de student is daarbij van groot belang!

 

 

Literatuur:

Hendrick, C., & Macpherson, R. (2017). What Does this Look Like in the Classroom?: Bridging the Gap Between Research and Practice. John Catt Educational Limited.

Nuthall, G. (2007). The hidden lives of learners. Wellington: Nzcer Press.