Leerachterstand? Druk van de ketel én blijven voeden!

Leerachterstand? Druk van de ketel én blijven voeden!



Na wederom een periode van onderwijs op afstand hebben heel veel basisschoolleerlingen deze week weer onderwijs op school gekregen.

Een moment waar velen naar uitgekeken hebben!

Er is echter bij velen ook zorg:

  • Hoe zit het met besmettingsgevaar voor de leerkrachten én leerlingen?
  • Zijn de extra maatregelen wel uitvoerbaar?
  • In welke mate hebben de leerlingen leerachterstand opgelopen?

Vooral ten aanzien van dit laatste punt hebben we de afgelopen periode veel gevoelens, meningen, opvattingen en onderzoeken voorbij zien komen.

Zo moeten leerlingen er volgens minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Arie Slob rekening mee houden dat zij misschien wel blijven zitten dit jaar. De mogelijk opgelopen achterstand lijkt niet meer ‘weggewerkt’ te kunnen worden. Een sombere boodschap. Daarom komt er ook Nationaal Programma Onderwijs na Corona.

Het onderwijsveld reageerde als door een wesp gestoken. We weten toch dat zittenblijven een negatief effect heeft?! En we kunnen onze leerlingen toch niet zomaar een ‘achterstandsstempel’ opplakken? Volgens Marcel van Herpen geeft dit vooral weer hoe kwetsbaar ons onderwijssysteem is. Anderen zien de huidige situatie toch echt als problematisch en roepen op tot actie.

Dat de periode van onderwijs op afstand een effect heeft op de ontwikkeling van leerlingen staat volgens ons niet ter discussie. In welke mate de leerlingen een achterstand hebben opgelopen, staat wellicht wel ter discussie.

Kris van den Branden brengt in dit in kader in zijn blog dan ook een interessante nuance aan. Spreken we namelijk over leerachterstand of leerstofachterstand?

Kijken we vanuit het perspectief van een leerstofachterstand dan volstaat wellicht het prioriteren van leerstof in de beschikbare, resterende onderwijstijd. Een leerachterstand is echter complexer. Hiervan is sprake als de ontwikkeling van de leerling achterblijft ten opzichte van de verwachte ontwikkeling. Een verwachting die gebaseerd is op de doelen die we opgesteld hebben voor onze leerlingen. En deze doelen komen niet uit de lucht vallen. Ze vinden hun basis in de drie doeldomeinen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Domeinen die de kern vormen van onze professionele opdracht.

We werken bijvoorbeeld al tien jaar met het referentiekader voor taal en rekenen. Dit kader biedt een structuur om leerlingen, op basis van hoge ambities, doelbewust en doelgericht verder te brengen in hun ontwikkeling op het gebied van taal en rekenen. En als die ontwikkeling gestagneerd is door de periode van onderwijs op afstand, dan vraagt dit om gerichte actie. Ook dat is onze professionele opdracht.

Dan is het goed om te realiseren dat het prioriteren van leerstof niet automatisch leidt tot het verkleinen van leerachterstand, zoals Kris van den Branden ook beschrijft. ‘Snoeien leidt niet altijd tot groeien.’ Bij een leerachterstand spelen namelijk ook andere aspecten een rol zoals Edith Hooge – voorzitter van de Onderwijsraad – benoemt. Ze benadrukt dat we leerachterstanden niet als een geïsoleerd probleem moeten zien. Maar in samenhang met de bredere sociaal-emotionele ontwikkeling, motivatie, veiligheid en welzijn van een leerling.

En vanuit dat perspectief doet ze dan ook ook een dringend beroep op iedereen die betrokken is bij het onderwijs. Een oproep om in deze bijzondere tijd, meer dan ooit, de druk van de ketel te halen en structureel meer tijd, rust en aandacht te besteden aan onze leerlingen.

Laten we vooral de motivatie om te leren voeden bij onze leerlingen. En hen in gepast tempo, op basis van hoge verwachtingen verder brengen in hun ontwikkeling. Net als hun klasgenoten. Daarom kwamen de leerlingen deze week toch weer met een grote glimlach op hun gezicht de school binnenlopen?

En weet je even niet welke ingrediënten je kan gebruiken om de motivatie te voeden? Denk dan even weer aan de drie psychologische basisbehoeften relatie, competentie en autonomie. Want het motiveert als je gezien wordt en er mag zijn, als je iets nieuws leert wat je eerder nog niet wist of kon en je ruimte ervaart om zelf te kiezen.

Enkele tips:

  • Houd oog voor welbevinden
    Voor vrijwel alle leerkrachten komt het welbevinden van de leerlingen op de eerste plaats. Ze praten daarom veel met de leerlingen over de gevoelens die er zijn over corona en de huidige situatie. Maar bedenk ook dat leerlingen graag weer ‘gewoon willen doen’. Teveel praten over corona en de periode van het thuiszijn kan bij sommige leerlingen een averechts effect hebben op het welbevinden.
  • Breng in beeld waar de leerlingen staan
    Gebruik diverse instrumenten (toetsen, observaties en gesprekken) om in kaart te brengen waar de leerlingen staan ten opzichte van de gestelde doelen. Vermijd hierbij het vergelijken van de resultaten met andere leerlingen.
  • Maak mét de leerling een actieplan
    Bepaal samen met de leerling aan welke onderwerpen hij extra tijd en aandacht gaat besteden. Probeer hierbij doelen te formuleren die gebaseerd zijn op hoge verwachtingen.
  • Pas scaffolding toe
    Stem de ondersteuning/begeleiding af op de behoefte van de leerling. Bouw – zodra mogelijk – deze ondersteuning af en draag de verantwoordelijkheid over aan de leerling.