Aangeleerde hulpeloosheid

Aangeleerde hulpeloosheid



Aangeleerde hulpeloosheid is het gevoel dat je zelf geen controle hebt over de gebeurtenissen die je overkomen. Anders gezegd: het maakt niet uit wat ik doe het heeft toch geen effect. Seligman en Maier deden in de jaren zestig van de vorige eeuw een experiment met honden waaruit bleek dat de honden die controle kregen over de gebeurtenissen, in dit geval stroomstoten, actief op zoek gaan om de gebeurtenissen te reguleren in een tweede experiment. Het merendeel van de honden die in het eerste experiment geen controle hadden over de gebeurtenissen ondernamen geen enkele actie in het tweede experiment. Ook op Youtube is een mooi voorbeeld te zien van aangeleerde hulpeloosheid in het klaslokaal. Een docente geeft de helft van de studenten een papier met daarop 3 anagrammen (controlegroep). Deze anagrammen lopen op in moeilijkheidsgraad. De andere helft (experimentele groep) van de studenten krijgt een papier met daarop 2 anagrammen die niet oplosbaar zijn en het derde anagram is hetzelfde als de eerste groep. Bij het oplossen van deze anagrammen blijkt dat nagenoeg iedereen in de controlegroep alle anagrammen correct oplost. Van de studenten in de experimentele groep zijn er slechts een paar die het derde, oplosbare anagram, daadwerkelijk oplossen. De rest van de groep krijgt dit niet voor elkaar. Wat concluderen we hieruit? Het gevoel van controle leidt blijkbaar tot betere prestaties en meer zelfvertrouwen en als er geen controle is over de gebeurtenissen zal dit leiden tot mindere prestaties en meer stress. Het is dus belangrijk om succeservaringen te hebben. Dit roept de vraag op of onverwachte overhoringen zinvol zijn. Is de kans niet levensgroot dat leerlingen onderpresteren, ze hebben immers geen controle over de gebeurtenis? Daarbij komt nog de vraag of we daardoor niet heel iets anders meten dan de kennis die een leerling moet bezitten. Is het wel een valide meting? Kortom: meer controle zal leiden tot betere uitkomsten en succeservaringen. Eigen initiatief leidt tot succes en dat motiveert! In de SDT (Self Determination Theory), waar Motivatiemeesters een groot aanhanger van is, wordt dit benoemd als autonomie en competentie. Deze psychologische basisbehoeften zouden centraal moeten staan bij het leren. De leerling kiest waar hij/zij graag aan wil werken en heeft controle over de gebeurtenissen wat hem of haar meer competent maakt. Een goede opbouw van de lesstof waarin de leerlingen zelf keuzes kunnen maken zal dus leiden tot betere prestaties en meer zelfvertrouwen. Het proberen meer dan waard! Het laatste wat iemand wil leren is wel hulpeloosheid.